Maar liefst 20 procent van de vrouwen en 10 procent van de mannen krijgen ooit in hun leven met een vorm van depressie te maken. In een studie uit 2011 is er zelfs sprake van dat 1 op 7 vroeg of laat in zijn leven te maken krijgt met een zware depressie.
De grote vraag stelt zich natuurlijk: waar vinden we de oorzaak voor deze zorgwekkende toestanden? We proberen via deze blogreeks een oplijsting te maken. In het eerste deel bespraken we het thema "prestatiedrang" en de alsmaar groter wordende druk van onze maatschappij. In dit tweede deel gaan we verder in op onze manier van aanpak. Veel leesplezier!
Vanaf de jaren '50 werden mensen met psychische problemen bezien als patiënten. Ze hadden ziektes, en die moesten volgens de medische wereld als dusdanig behandeld worden. Hoe behelpen we zieke mensen? Met medicijnen en indien mogelijk een opname in het ziekenhuis.
Ook voor personen met een handicap werd dit de manier van aanpak. Deze mensen werden samen in een verzorgingtehuis gezet, en het ging op een bepaald punt in de 20ste eeuw zelfs zo ver dat er hele dorpen/afgezonderde wijken werden opgebouwd voor mensen met een beperking. Uiteindelijk beleefden we een paradigmashift naar het einde van de 20ste eeuw en werd het gedachtegoed geïntroduceerd dat deze mensen even veel kansen verdienen en even veel recht hebben op een volwaardige positie in de maatschappij. In plaats van "wegstoppen", werd de focus meer en meer gelegd op integratie en inclusie binnen onze maatschappij.
Echter, voor mensen met psychische problemen werd deze gedachtegang niet gehanteerd. Op dit moment van schrijven is België nog steeds wereldwijde koploper in het opnemen van patiënten in psychiatrische instellingen. Meer nog: Vlaanderen kent een opvallend hoog cijfer qua heropnames binnen 30 dagen na ontslag: 25% voor schizofrenie en 20% bij manische-depressies.
Natuurlijk zijn opnames niet altijd slecht voor de patiënt in kwestie. Een opname kan zorgen voor een moment van rust. De personen kunnen even ontsnappen aan alle druk en verplichtingen van de maatschappij, en kunnen in een omgeving van goede zorgen terug genieten van alle zorg die ze nodig hebben. Het wordt echter wél problematisch als je leest dat er een zeer duidelijk verband bestaat tussen psychische problemen en de socio-economische status van een persoon. 72% van de mensen die beroep doen op sociale bijstand, ervaren een toestand van psychisch onwelbevinden. Als de oorzaak duidelijk te linken valt aan socio-economische factoren, is het dan logisch om de antwoorden te gaan zoeken in een afgesloten centrum? Op korte termijn misschien wel, maar op lange termijn stel ik me daar vragen bij.
Met 19,1% is het gebruik van psychofarmaca beduidend hoger dan bij onze buurlanden. Eén op de vijf personen gebruikt psychofarmaca om het leven draaglijker te maken. Dat is één gezinslid per doorsnee familie. Opnieuw zo'n cijfer om van omver te vallen. Op de site van geestelijk gezond Vlaanderen lezen we volgende paragraaf:
De benadering van medicatie en therapie, die de norm zou moeten zijn, komt niet overeen met de realiteit. De lange wachttijden, die kunnen schommelen van een maand tot een jaar, worden ook door de overheid bevestigd. 25% krijgt enkel medicatie en 3,8% enkel therapie.
Laten we ook hier even bij stilstaan. De norm volgens onze overheid is dus om mensen met psychische problemen te helpen via een combinatie van medicatie en bijkomende therapie. Als je 't mij vraagt is dit wat ironisch als ze op dezelfde pagina schrijven dat socio-econiomische factoren ook een enorme rol spelen in dit maatschappelijk probleem. Zelfs al zouden we de norm van medicatie en therapie halen (en dat lukt ons dus al helemaal niet zoals je hierboven leest), waar is dan de hulp op sociaal en financieel vlak? Die twee aspacten van psychisch onwelzijn worden blijkbaar niet als noodzakelijk beschouwd? Ik vind het frapant.
De norm is mensen medicatie voorschrijven en ondertussen op een wachtlijst zetten van een jaar. Als die wachttijd om is en medicatie niet voldoende bleek te zijn, worden mensen opgenomen in de psychiatrie om hen op adem te laten komen. Maar wat met reïntegratie? Wat met het weerbaar maken van deze mensen in de échte, dynamische en soms brute maatschappij?
Kan het alsjeblieft tijd worden om daar iets aan te doen? Preventie, sensibilisering en reïntegratie, dat is waar de focus moet liggen. Medicatie en therapie moeten in dat verhaal handvaten zijn om de weg daar naartoe te faciliteren. In deze alsmaar voortbewegende maatschappij hebben we nog steeds geen pasklaar antwoord gevonden om deze mensen de juiste ondersteuning te bieden die ze broodnodig hebben. Ik hoop dat de 21ste eeuw daar eindelijk verandering in kan brengen.
Bedankt voor het lezen. Reacties en feedback zijn zoals altijd meer dan welkom.
Tot de volgende keer.
Bronnen: