AMSTERDAM - De Rotterdamse coalitiepartijen Leefbaar Rotterdam en D66 willen dat energiebedrijf Eneco een superdividend uitkeert alvorens het bedrijf verkocht wordt. Dat bleek deze donderdag tijdens de vergadering van de commissie Veiligheid, Organisatie en Financiën.
De meerderheid van de partijen zijn voor verkoop, mits onder voorwaarden die de duurzame strategie en de continuïteit van het bedrijf garanderen. Wethouder Adriaan Visser (Financiën, D66), ook voorzitter van de aandeelhoudercommissie van Eneco, betoonde zich geen voorstander van een superdividend, en betoogde ook dat de voorwaarden voor een koper al in het consultatiedocument waren benoemd.
De coalitiepartijen Leefbaar Rotterdam, D66 en CDA zijn voorstander van verkoop, net als de oppositiepartijen VVD en Nida. Die verkoop mag echter niet "ongeclausuleerd" plaats vinden, in de woorden van D66-raadslid Samuel Schampers. Dat betrof niet zozeer de werkgelegenheid, zoals voorafgaand aan de vergadering werd bepleit door CNV-vakbondsman Ben Hoogendam en de voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad van Eneco Willem Hofman, als wel de duurzaamheid en de continuïteit van het bedrijf.
"Een garantie geven op werkgelegenheid kan niet", zei wethouder Visser in de commissievergadering. "Ook als publiek aandeelhouder wil je dat een bedrijf efficiënt en doelmatig georganiseerd wordt." Daar gingen de vijf voorstanders van verkoop in mee.
Ze hadden echter meer moeite met de stelling van de wethouder dat het consultatiedocument dat de aandeelhouderscommissie liet opstellen over de eventuele verkoop al afdoende voorwaarden bevat om de koers en het bestaan van Eneco te garanderen. "Boterzacht", werden die voorwaarden door verschillende partijen genoemd. De gemeenteraad wil voor het algemene debat een raadsvoorstel over de voorwaarden waaraan een verkoop volgens hen zou moeten voldoen.
Superdividend
Dan was er de discussie over het al dan niet verstrekken van een superdividend alvorens tot verkoop te komen. "Eneco heeft te veel vet op de botten", stelde D66-raadslid Schampers. Het gevaar is dan, zo legde hij de commissieleden uit, dat het bedrijf wordt gekocht door een partij die het voornamelijk om de kasinhoud te doen is. Om het bedrijf minder aantrekkelijk te maken voor dergelijke "sharks" zou dat geld voor verkoop uitgekeerd kunnen worden aan de aandeelhouders. Dan zouden de strategische investeerders, die het juist te doen is om Eneco's duurzame imago en strategie, overblijven.
Daar was de wethouder het pertinent mee oneens. "Een bedrijf met een lagere solvabiliteit kan minder geld ophalen. Dan moet je jezelf afvragen: is dat goed voor het bedrijf?" Ook het voorwaarden stellen aan het verkoopproces -een deel van de raad was eerder genegen tot een beursgang maar niet tot open verkoop- viel niet in goede aarde. In oktober wordt de discussie in de algemene raadsvergadering gevoerd.
Charmeoffensief
De discussie over het verkopen van Eneco barstte dit voorjaar los met de uitspraak van de Rotterdamse wethouder dat zijn college van het aandeel af wilde. Eneco is in handen van 53 gemeenten, en de grootste vier aandeelhouders -Rotterdam, Den Haag, Dordrecht en Leidschendam-Voorburg- hebben al laten weten te willen verkopen. Inmiddels staat, met de gemeenten Zoetermeer, Capelle aan de IJssel en Heemstede, de teller op 66%. Amstelveen en vier Friese gemeenten hebben laten weten dat ze het aandeel willen behouden -deze vijf zijn gezamenlijk goed voor net meer dan 2% van de aandelen. De overige aandeelhouders buigen zich nog over de vraag.
Eneco zelf voelt zich prettig bij de publieke aandeelhouders en wordt liever niet verkocht -of dan toch via een beursgang of een partij met een duurzaam hart en langetermijnhorizon. Het bedrijf is met een charmeoffensief bezig, waarmee het zichzelf als duurzame en innovatieve koploper in Nederland op de kaart wil zetten.
De PVDA-fracties van Dordrecht, Rotterdam en Den Haag hebben laten weten dat zij tegen verkoop zijn. In Den Haag zit de PVDA in de coalitie, en gaat daarmee dus tegen het eigen college in. Dat is overigens geen verrassing. RTV Dordrecht berichtte dat de gemeenteraad zich in die stad twijfelt aan een eventuele verkoop.
De besluiten die tot nog toe zijn genomen, betreffen voorstellen van de colleges van burgemeester en wethouders in de gemeenten. Die moeten deze voorstellen nu bespreken met de gemeenteraden. Weliswaar kunnen die lang niet overal formeelmeebesluiten, maar in praktijk betekent weerstand bij een meerderheid van de gemeenteraad wel dat het college zich nog eens achter de oren krabt. De eventuele daadwerkelijke verkoop vindt bovendien pas plaats na de gemeenteraadsverkiezingen van komend voorjaar, reden voor zowel colleges als raad om zoveel mogelijk draagvlak te crëeren, zodat een besluit ook na die verkiezingen standhoudt.